Omgevings variabelen in Windows XP deel 2
Geplaatst door radial op 12/01/2008 op 11:07
Filed Under: Computers
Vervolg van deel 1
De “PATH” omgevings variabele
Het “path” naar een bestand is normaal gesproken het adres in de computer. Het verteld programma`s waar een bestand is te vinden. Het gaat hierbij om de drive (C,D,….) plus de directory en sub-directories waar het bestand zich bevind. De %PATH% omgevings variabele specificeert het zoekpad van het commando dat gegeven wordt. Normaal gesproken is dit een groep van directories waar zich executabels (b.v. .bat en .exe bestanden) bevinden die regelmatig gebruikt worden.
Voorbeelden van de standaard waardes worden weergegeven in het eerste tabel bovenaan van deel 1.
Om te zien welke “PATH” variabele op de computer aanwezig is, open een command prompt en geef het volgende commando: ECHO %PATH%
De “PATH” variabele kan door andere programma`s ook gebruikt worden en sommige programma`s zullen zich ook in het “PATH” nestelen wanneer deze worden geinstalleerd. De pc gebruiker kan zelf ook deze “PATH” waarden wijzigen door de methoden te gebruiken die verderop omschreven worden. Door direcories aan het “PATH” toe te voegen kan makkelijk zijn als je scripts of command line opties gebruikt. Bijvoorbeeld door een directory aan het “PATH” toe te voegen waar je backups neerzet en als je programma`s installeerd in een andere directory dan standaard wordt opgegeven.
Met de command line en in batch files, het “PATH” kan aangepast worden met het commando path = dir1;dir2;dir3 Dit commando zal een “PATH” omgevings variabele aanmaken met de directories dir1, dir2 en dir3. Let op dat de directory namen gescheiden moeten worden door een ; in het commando. Dit commando zal de voorafgaande “PATH” variabelen wijzigen door de nieuwe. Om een directory toe te voegen aan de “PATH” variabele, gebruik daarvoor het volgende commando: path = %PATH%;newdir
Deze command live en batch files wijziging van het “PATH” geld alleen zolang het venster op blijft, zodra deze wordt gesloten zijn deze “PATH” variabelen weer verdwenen.
Elk uitvoerbaar bestand dat aanwezig is in de directory die in het “PATH” vermeld staat, kan eenvoudig worden gestart door alleen de naam van het bestand in te geven. Dit is zeer handig voor scripting en voor snelle toepassingen via de command prompt.
Bijvoorbeeld: als je netstat.exe wilt gebruiken, dit bestand is aanwezig in C:\Windows\System32. Normaal gesproken zou je het hele pad in moeten vullen om dit bestand te starten, maar doordat de “PATH” variabele aanwezig is, hoef je alleen in de command prompt netstat.exe in te voeren.
De PATHEXT variabele
Zoals uitgelegd is op de andere pagina`s, de Windows bestands extensies vertellen wat er moet gebeuren met een bestand. Bepaalde bestands extensies vertellen dat een bestand uitvoerbaar is; dat betekend dat een bestand een programma opent en er iets mee doet. De %PATHEXT% omgevings variabele bevat uitvoerbare bestanden die niet gespecificeerd hoeven te zijn voor een bestand in de %PATH% variabele. In het kort samengevat; netstat.exe is een uitvoerbaar bestand en hoeft dus alleen uitgevoerd te worden door netstat in te geven in de command prompt. De uitvoerbare bestanden hebben de volgende extensies, weergegeven in de volgorde van uitvoering: .exe, .com, .bat en .cmd.
Toevoegen of wijzigen van Omgevings variabelen
Bestaande variabelen kunnen worden gewijzigd of verwijderd en nieuwe kunne worden toegevoegd op verschillende manieren. Voor tijdelijke wijzigingen, kan het commando “SET” worden gebruikt in scripts en in het commando venster. Wijzigingen gemaakt met “SET” verdwijnen wanneer het commandor venster wordt gesloten, dus deze methode is niet interessant voor de gevorderde pc gebruiker die wijzigingen door wil voeren. Een makkelijkere methode van “SET” is om de omgevings variabelen weer te geven door het commando set in te voeren in de command prompt, waarna de variabelen worden weergegeven.
Een meer permanente manier om de omgevings variabelen de beheren is aanwezig in de “System Properties dialog box”. Open: Control Panel -> Performance and Maintenance -> System (of klik rechts op Mijn Computer en kies “Properties”). In het venster dat geopend wordt, klik op de “Advanced” tab om het dialoogvenster te krijgen wat hieronder wordt weergegeven. Klik nu op de knop “Environment Variables”.

Het figuur hieronder laat de "Environment Variables" dialoog box zien die nu wordt geopend. Het laat w twee soorten variabelen zien, de systeem variabelen en de gebruikers variabelen. Door naar beneden te scrollen kan je zien welke variabelen er allemaal op je systeem aanwezig zijn. In het voorbeeld hieronder is er een gebruikers variabele aangemaakt “backup” die als path de waarde “D:\backup\archive” heeft. Om een nieuwe variabele te maken, gebruik de “New” knop. Er zijn ook knoppen voor het wijzigen en verwijderen van de variabelen.

Het venster om een nieuwe gebruikers variabele toe te voegen wordt hieronder weergegeven. Normaal gesproken is dit een directory die je regelmatig gebruikt maar deze moet alleen kleiner zijn dan 8192 bytes. De maximum groote voor alle omgevingsvariabelen, inclusief de namen voor variabelen en het ; teken, is 32767 karakters.

Het volgende figuur laat een venster zien om een variabele te wijzigen; in dit geval is het de “PATH” variabele. Vergeet niet om de directory namen te scheiden door een ; Als je programma`s in een bepaalde directory vaak gebruikt, kan je deze dus toevoegen aan het “PATH”. Het figuur geeft aan dat de directory “:\Program Files\Support Tools\” toegevoegd is.

Extra mogelijkheden:
Hoe de Omgevings variabelen op te slaan in een bestand
Het “SET” commando kan gebruikt worden in een command prompt samen met de verwijzing om te text bestand aan te maken van de huidige omgevings variabelen. Het commando hiervoor is als het volgt: set > C:\omgevings_variabelen.txt De filenaam kan natuurlijk gewijzigd worden in een naam naar keuze.
Register Sleutels voor Omgevings variabelen
Voor diegene die weten hoe ze met het register om moeten gaan, is er een andere manier om wijzigingen te maken in de omgevings variabelen.
Gebruikers omgevings variabelen worden opgeslagen in het register onder de sleutel:
HKEY_CURRENT_USER\Environment
Systeem variabelen kunnen gevonden worden in de sleutel;
HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Control\Session Manager\Environment
Let op dat elke omgevings variabele in het register met een % ervoor en erachter ingevuld moet worden (bijvoorbeeld, %PATH%) en als REG_EXPAND_SZ register waarde. Om het register te wijzigen is het aan te bevelen dat dit alleen door ervaren systeem beheerders wordt gedaan, aangezien dit de werking van het systeem kan beinvloeden, zodat het niet meer werkt.
Omgevings variabelen toevoegen in de Autoexec.bat
Het bestand autoexec.bat is een bestand dat afkomstig is van DOS en oudere Windows versies, maar kan zeker nog aanwezig zijn op sommige systemen. Voor Windows XP geld dat dit bestand genegeerd wordt, maar regels die de omgevings variabelen definieeren worden meegenomen en kunnen dus gebruikt worden. Al kunnen omgevings variabelen op deze manier toegevoegd worden, zijn er betere manieren om dit te doen.
Gebruik van de tool Setx.exe
Het bestand Setx.exe is niet standaard aanwezig in Windows XP, maar is aanwezig in het Windows XP Service Pack 2 Support Tools. Deze tool kan gebruikt worden om permanente wijzigingen in de omgevings variabelen te maken. Bijvoorbeeld, om een directory D:\Dir1 toe te voegen aan het “PATH”, het commando zal dan zijn: setx path “%PATH%;D:\Dir1”
Windows Vista tcpip.sys Connection Limit Patch for Event ID 4226
Geplaatst door radial op 09/01/2008 op 20:19
Filed Under: Computers
Windows Vista tcpip.sys Connection Limit Patch for Event ID 4226
Aangezien Microsoft in Windows Vista hetzelfde soort tcpip.sys bestand gebruikt als onder Windows XPSP2, met betrekking tot het aantal maximum half-open uitgaande TCP verbindings verzoeken per seconde dat het systeem kan maken, is er een patch gekomen om deze uit te schakelen, zodat de maximum waarde wordt verwijderd.
Windows Vista tcpip.sys Connection Limit Patch for Event ID 4226
Geplaatst door radial op 09/01/2008 op 20:19
Filed Under: Computers
Windows Vista tcpip.sys Connection Limit Patch for Event ID 4226
Aangezien Microsoft in Windows Vista hetzelfde soort tcpip.sys bestand gebruikt als onder Windows XPSP2, met betrekking tot het aantal maximum half-open uitgaande TCP verbindings verzoeken per seconde dat het systeem kan maken, is er een patch gekomen om deze uit te schakelen, zodat de maximum waarde wordt verwijderd.
Lees voor het toepassen van dit bestand eerst de bijgevoegde ReadMe.nfo door!